Body doubling. Weet jij wat het is? Je ziet misschien iets heel anders voor je. Maar eigenlijk is het gewoon: samen werken, maar toch apart.
Mitzy werkt als begeleider bij Jados in Arnhem en gebruikt body doubling regelmatig met studenten. Vanuit haar ervaring vertelt ze wat het is, wanneer het kan helpen en waar je op kunt letten als je het zelf wilt proberen.
Bij body doubling werk je ieder aan je eigen taak, maar doet dat in elkaars aanwezigheid. Het wordt ook wel parallel werken of een accountability session genoemd. Body doubling wordt bijvoorbeeld gebruikt door mensen die moeite hebben met beginnen, aandacht vasthouden of structuur aanbrengen.
“Ik kan bijvoorbeeld een rapportage of een plan schrijven. En de student zit tegenover mij flashcards (kaartjes om te helpen met studeren) te maken of te leren.”
~ Mitzy, begeleider bij Jados
Je hoeft elkaar dus niet te helpen met de inhoud (al kan je het wel op die manier ook inzetten). Het gaat er vooral om dat je allebei op hetzelfde moment serieus bezig bent. Vaak spreken Mitzy en een student vooraf af hoe lang ze werken. “Iemand zet bijvoorbeeld een timer. Dan gaan we 25 minuten aan de slag en daarna nemen we even pauze. Hoe lang die pauze duurt, verschilt per persoon. Dat stemmen we af.”
Dat kan met een begeleider, maar studenten doen het ook samen. Op de locatie in Arnhem kunnen ze bijvoorbeeld in een WhatsApp-groep vragen wie er wil studeren. “De een wil echt volledige stilte. De ander vindt iets anders prettig. Ze snappen dat ook van elkaar. En soms hoort er iets lekkers bij. Dan komt er een bak chips op tafel.”
Body doubling heeft volgens Mitzy ook een sociale kant:
“Je zit samen, maar iedereen doet zijn eigen ding. Dat kan prettig zijn als je wel graag in de buurt van anderen bent, maar niet de behoefte hebt om steeds te praten. Het doel van het samenzijn is duidelijk: je bent hier om iets te doen. Het kan natuurlijk ook te gezellig worden. Dat je uiteindelijk vooral met elkaar zit te kletsen.”
Daarom is het volgens Mitzy belangrijk om vooraf te bespreken wat je van elkaar verwacht. Lees daarvoor ook haar tips aan het eind van dit artikel.
Mitzy merkt dat beginnen soms makkelijker wordt als er iemand anders zit. Je hebt afgesproken om te gaan werken en er is een duidelijk moment waarop je start. Dat kan ook helpen als je hoofd vol zit met alles wat nog moet. “Sommige mensen komen binnen en hebben hun hoofd helemaal vol. Stel dat je 120 plantennamen moet leren. Dan kan zo’n moment helpen om gewoon te beginnen.”
Maar Mitzy ziet ook dat het anders kan uitpakken. Als iemand lang wacht met leren, kan de hoeveelheid werk juist steeds groter gaan voelen. “Dan kan er op een gegeven moment ook paniek ontstaan: ik weet dit allemaal nog niet.”
De rol van een begeleider kan dan heel klein zijn. “Het kan al zijn: zorgen dat iemand begint en zorgen dat iemand ook weer stopt. Want stoppen kan ook lastig zijn. Iemand kan zo opgaan in het studeren dat een pauze erbij inschiet. Dan kan ik bijvoorbeeld helpen om op het afgesproken moment te stoppen en daarna iets anders te gaan doen.”
Mitzy benadrukt dat dit niet betekent dat ze tijdens het werken voortdurend naar de student kijkt. “Als ik zelf ook aan het body doublen ben, ben ik niet ondertussen iemand aan het observeren. Ik ben dan zelf ook serieus aan het werk. Tenzij we natuurlijk vooraf iets anders hebben afgesproken.”
Na afloop bespreekt ze wel hoe het ging. Heeft het iets gebracht? Was het prettig? Wat werkte wel en wat niet?
Hoe zorgen we dat iemand niet afhankelijk is van een ander om te leren? Mitzy vertelt over een student met wie ze eerst een aantal keer echt samen ging zitten. Daarna probeerden ze een volgende stap. “Toen hielp ik met opstarten en ging ik weg. Later kwam ik terug om te kijken: heb je ook je pauzes gehouden?’ Na verloop van tijd kon er steeds meer worden losgelaten. Uiteindelijk kan het zijn dat iemand alleen nog zegt: ‘Ik ga leren.’ Dat is dan genoeg.”
Ze stimuleert studenten ook om elkaar op te zoeken. Zeker in een studentenhuis kan een vast moment met huisgenoten of medestudenten prettig zijn. Maar zelfstandig studeren is niet automatisch het einddoel. “Het doel hoeft niet altijd te zijn dat iemand het uiteindelijk helemaal alleen doet. Het eerste doel kan ook gewoon zijn dat het studeren lukt.” Sommige opleidingen vragen bovendien het hele jaar door veel leerwerk. Dan kan regelmatig samen studeren gewoon een manier zijn die goed past: “Het is maatwerk. Je kijkt steeds: wat is er nu nodig en hoe kan iemand zich daarin verder ontwikkelen? Dat is voor iedereen anders.”
Wil je body doubling zelf proberen? Dit zijn tips van Mitzy:

Kunnen we je helpen of heb je een vraag? We helpen je graag.
Sneltoets: Ctrl+Shift+A